terug

Zo schrijf je een verhaal.

 

   

Wie is de hoofdpersoon?  

   
 

een kind

hoe oud?  slim? dom?  rijk? arm? dik? dun? ..enz..

een man

hoe oud?  slim? dom?  rijk? arm? dik? dun? ..enz..

een vrouw

hoe oud?  slim? dom?  rijk? arm? dik? dun? ..enz..

een dier

lief? gevaarlijk?

nog wat anders

alles zelf bedenken ....

 
 

Waar gaat hij of zij naar toe?

   
 

   
  Wat heeft je hoofd personage bij zich?    
 

   
 

Wat zit daarin?

   
     
  Welk gerecht wil de hoofdpersoon bereiden?    
     
       
  Wat vraagt hij om de smaak beter te maken?  Kies 3 of 4  ingrediënten.    
     
     
     
  De oplossing