Klik op de geluidsknop als je het fragment nog eens wilt horen. Lees de tekst en kies dan wat goed is volgens jou.
Hij was nog wat verlegen met zijn nieuwe kleren en glimlachte vriendelijk naar de mooie prinses, die alsmaar geduldig in de koets had zitten wachten. Ze werd meteen verliefd op hem.
Toen mocht de markies instappen om een rijtoer te maken met de koning en zijn dochter.
De kat was erg blij dat alles zo goed verliep en rende voor het rijtuig uit.
Al gauw kwam hij een boer tegen die aan het hooien was.“Beste man, als de koning hier straks voorbij komt, moet jij hem zeggen dat dit weiland van de markies van Carabas is. Als jij dat niet doet, dan sla ik jou bont en blauw.”
De kat keek zo dreigend, dat de boer maar vlug beloofde te doen wat hij vroeg.
Toen kwam de koets van de koning voorbij. “Van wie is dit land beste boer?” “Van de markies van Carabas, Sire.”
De kat liep nog steeds ver voor de koets uit. Daar zag hij een maaier aan het werk.“Dadelijk komt de koning hier voorbij. Zeg hem dat dit het land van de markies van Carabas is, anders sla ik jou bont en blauw.”
Een paar minuten later kwam de koning voorbij. “Van wie is dit land, beste man?” “De markies van Carabas, Sire.”
En zo zei de kat tegen alle boeren die tegenkwam hetzelfde. En de koning was verbaasd, dat de jonge markies zoveel prachtig land bezat.
Tenslotte kwam de kat bij een groot kasteel, waar de rijkste reus ter wereld woonde. Al het land waar de koning door heen gereden was, was eigenlijk van deze reus. De kat had al eens eerder gehoord, dat het een hele gemene reus was en dat hij kon toveren.