|
De tol en de bal.
"Wil je met me trouwen?"
vroeg de tol aan het balletje.
Maar het balletje zei:
“Ben je niet goed snik!
Zie je niet dat ik,
ben gemaakt van het allerfijnste leer.
En dat zie je tegenwoordig haast niet
meer!
"En ik ben uit mahoniehout gesneden,
" zei
de tol
"En ik dans een pirouette op het trottoir.
En jij kunt prachtig springen,
en nog meer van dat soort dingen
Daarom passen wij uitstekend bij elkaar."
"Wil je met me trouwen?" vroeg de
tol aan
het balletje.
Maar het balletje zei:
"Ben je niet goed snik!
Weet je niet dat ik,
ben verloofd met de zwaluw van het dak?
En die vliegt en heeft een zwart
fluwelen pak!"
"En ik heb zeven kleuren in mijn jasje,
"
zei de tol.
"En we houden toch van kleuren, alle twee.
We kunnen samen heerlijk spelen
en het zal je nooit vervelen!"
maar het eigenwijze balletje zei: “Nee!”
Het balletje mocht op een woensdagmiddag
mee op straat,
maar bij het spelen was het plotseling
verdwenen
Ze zou nu wel gaan trouwen met de zwaluw
van het dak.
En de tol begon hartstochtelijk te
wenen.
Zo gingen na die dag de jaren ongemerkt voorbij
en zijn jasje raakte langzaamaan
versleten.
Daarom werd ie op een goeie dag van top
tot teen verguld.
Maar hij kon zijn oude liefde niet
vergeten.
En zo tolde hij de straten op en neer.
Tot hij tot zijn grote schrik
In een vuilnisbak belandde.
En daar zag hij zijn verloren liefde
weer.
Maar het was het oude balletje niet
meer.
Haar jasje was verkleurd,
gerafeld en gescheurd.
Ze lag daar als een toonbeeld van
ellende.
En de tol deed net of hij haar niet
herkende.
“Wil je met me trouwen?”vroeg de bal aan
het tolletje
Maar het tolletje zei:
“Ben je niet goed snik,
zie je niet dat ik,
ben gekleed in het allerfijnste goud,
en ik ben geen man die zomaar even
trouwt.
En dat was dan het einde van de liefde
van de tol
En het balletje bleef moederziel alleen.
Want de tol werd weer gevonden,
ongedeerd en ongeschonden
En hij snort weer door de straten als voorheen!
klaar? ga naar:
oefeningen
|