| Jan had maar een zes voor zijn test. Maardat was wel het beste cijfer van de hele klas | | |
| Jan en Piet hebben hetzelfde cijfer voor de test. | | |
| Hoe wel ik mijn tas in het lokaal verwachtte, zag ikdat hij daar niet was. | | |
| Alleen gebruiken als je het nodig hebt, anders wordt het veel te duur. | | |
| Wanneer we niet naar het museum in de stad gaan kunnen we kijken of een trip naar het strand wel mogelijk is. | | |
| Eerst ging Jan naar de rector en toen was Piet aan de beurt. | | |
| Wij gaan in de vakantie altijd naar een plaats aan zee. | | |
| De docent had nooit gedacht dat de leerlingen zo hard zouden studeren op de test; daar was hij heel erg blij om. | | |
| Heel veel regen, maar we gaan toch maar boodschappen doen. | | |
| Je krijgt een minuut om te vertellen wat er in dit boek staat. | | |