Die jongen kon niet ...................................... of zijn broertje de waarheid sprak.
- verwijderen
- accepteren
- beoordelen
- verwerken
Wat is ................ om dit feest te organiseren?
- het ideaal
- de aanleiding
- het voorstel
- de functie
Chantal komt echt niet een keer, maar ......................... te laat
- officieel
- logisch
- direct
- regelmatig
Het duurde lang, voordat ............... van de ramp bekend was.
- de omvang
- de functie
- de gedachte
- de voorkeur
Het is Souads ........................... om verpleegster te worden.
- gegeven
- ideaal
- overeenkomst
- tegenstelling
Berend ..................... echt .................... de eisen voor die baan.
- behoort .......... tot
- bestaat ............... uit
- voldoet ................ aan
- is .......... voorzien van
De verdachte kon niet .................... . dat hij onschuldig was.
- nagaan
- verwijderen
- optreden
- aantonen
Wat is .................... van deze reis?
- de bestemming
- het onderscheid
- het gegeven
- het voorstel
Yasar ..................... erg veel zorg aan zijn werkstuk
- beoordeelt
- vermeldt
- besteedt
- verschaft
De collecte voor Greenpeace heeft erg veel geld .........................
- aangegeven
- opgeleverd
- erkend
- weergegeven