Posterwoorden 1619.4
Hier staan 5 zinnen met het woord periode. Welke zijn goed.
Let op: je bent pas klaar als je score 5/5 is!
periode
- In deze warme periode wordt er vaak ingebroken, omdat de mensen hun ramen open laten staan.
- Vanavond is het een warme periode om de ramen open te zetten.
- In de periode tot de zomervakantie wordt het spijbelen extra streng bestraft.
- De laatste dag voor de zomervakantie is een periode dat leerlingen echt niet mogen spijbelen.
- In de periode van de kerst tot pasen is het vaak heel koud.
maatregelen nemen
- Omdat hij honger had nam hij maatregelen.
- Om geen honger te krijgen nam hij maatregelen.
- Als je nat wordt, moet je maatregelen nemen.
- Als je niet wilt natregenen moet je maatregelen nemen.
- Hij was bang dat zijn huis afbrandde en nam dus maatregelen.
actief zijn
- Hij doet niks, hij is niet erg actief.
- Die man is al negentig jaar maar nog erg actief.
- De opties op de computer waren niet actief.
- De docent vond de leerlingen erg actief. Ze probeerde iets rustigs te bedenken.
- Ik slaap meestal goed maar soms slaap ik erg actief.
de opvatting.
- Je kunt een opvatting over het geloof hebben.
- Je kunt een opvatting uitrekenen.
- Dat het proefwerk om twee uur is, vind ik een foute opvatting.
- De docent heeft de opvatting dat proefwerken tussen 9.00 en 10. 00 uur gemaakt moeten worden.
- Het is een opvatting dat president Bush een hele goede president is.
bewust
- Die auto staat daar heel bewust. Hij heeft een knalrode kleur!
- De chauffeur van de auto rijdt bewust wel 140 km. per uur. Dat is verboden.
- In de school was het bewust heel erg rustig. Iedereen was al naar huis.
- De conciërge vraagt de leerlingen rustig te zijn. Hij wil ze bewust maken van een kalme sfeer.
- Ik stak bewust mijn handen in mijn zak.