| In het donker moet je licht op je fiets het doen, anders kun je een flinke bekeuring krijgen. | | |
| Ik wil goed kunnen spelen op een gitaar. Dus moet ik heel veel oefenen. | | |
| Morgen zijn er verkiezingen. Het is bijna zeker dat de opositie zal winnen. | | |
| Het supermarktkarretje heeft van die trekkigere wielen. Het wil steeds opzij. | | |
| Het regent heel hard. Er zijn maar 2 mensen op straat. | | |
| Bij de douane moet je altijd je paspoort laten zien. | | |
| Vergeleken met dat meisje ben ik erg dun. | | |
| Toen we terug kwamen van vakantie zagen wij dat er dieven waren geweest. Wat een rommel! | | |
| Ik heb ongeveer 3 minuten nodig om van school naar de bushalte te lopen. | | |
| Omdat we niet de hele tijd konden schrijven, mochten we ook een poosje video kijken in de klas. | | |